Werken met Irrigatiemanagement

Dit artikel geeft je meer informatie over de het gebruik van Irrigatiemanagement in Dacom Online.

 

Door het gebruik van Irrigatiemanagement in combinatie met onze bodemvochtsensoren, heb je snel inzicht in de huidige bodemvochtsituatie.

Irrigatiemanagement bij de Sensetion

Met de Sensetion meet je bodemvocht in twee lagen van 10 centimeter, met een totale diepte van 25 centimeter. De mobiele app toont je de meetgegevens van je stations in één
overzicht. Hierdoor weet je direct wanneer, waar en met welke hoeveelheid er geïrrigeerd moet worden. In onze webapplicatie krijg je uitgebreide informatie van je stations. Dit wordt getoond in gedetailleerde grafieken in je eigen persoonlijke dashboard.

Irrigatiemanagement bij de TerraSen

Met de TerraSen meet je bodemvocht en de bodemtemperatuur in vijf lagen van 10 cm, met een totale meetdiepte van 50 cm. De TerraSen PRO heeft ook een regenmeter voor het meten van neerslag. De mobiele app toont je de meetgegevens van je stations in één overzicht. Ook deze data wordt verwerkt tot gedetailleerde en uitgebreide grafieken in je eigen persoonlijke dashboard.

Voor beide sensoren geldt dat de instellingen correct dienen te zijn ingevoerd. Je kan hierbij zelf bepalen welke dieptes worden meegenomen in de grafiek in de app.

Instellingen aanpassen

  1. Ga naar www.dacom.nl en log in met je persoonlijke gegevens.
  2. Klik links in het scherm op Irrigatie en selecteer een van je sensoren om deze te bewerken.
  3. Klik vervolgens op ‘Sensor bewerken‘ rechts bovenin en je komt terecht op de pagina met de instellingen van de sensor.
  4. Bij de ‘Weergave-instellingen’ kan je bepalen welke grafieken je wilt zien.
  5. Hieronder zie je op een kaart waar de bodemvochtsensor zich bevindt.
  6. Bij de ‘Diepte-instellingen‘ dien je als eerste de grondsoort te selecteren.
  7. Hier zie je ook de sensordieptes die worden meegenomen bij de berekening van het beschikbare bodemvocht en het berekenen van het advies. Je kan zelf bepalen welke dieptes worden meegenomen in de grafiek van het bodemvocht. De dieptes die niet zijn aangevinkt, zijn wel gewoon beschikbaar. Deze worden alleen niet meegenomen bij de berekening.
  8. Hieronder kan je de waarschuwingspunten bewerken. Hier kun je per laag en onafhankelijk van elkaar de waarschuwingspunten instellen. De waarschuwingspunten kun je 24 uur na de installatie in het veld instellen. Daarnaast is het belangrijk om deze instellingen regelmatig te bekijken en waar nodig te wijzigen. Dit kun je doen op basis van je eigen kennis van het veld.
  9. Stel bij ‘Waarschuwingspunten bewerken’ de veldcapaciteit en het hervultpunt in. 

Zie je geen grafiek in de app? Controleer dan eerst of de instellingen per sensordiepte correct zijn. Als de instellingen correct zijn, dan is de actuele status van de bodemvochtsensor belangrijk. Is de laatste update van een recente datum? Zo niet, controleer of het bodemvochtstation nog onbeschadigd geïnstalleerd staat, of alle kabels correct zijn aangesloten en activeer het station met de magneet. Als het station vervolgens piept, dan is deze geactiveerd. Geeft de TerraSen geen piep, neem dan contact op met Dacom. Ook als na het controleren en activeren met de magneet er een dag later nog geen data te zien is moet u contact met Dacom opnemen. U kunt ons mailen via service@dacom.nl, of bel met 088 3226600.

Was this article helpful?

Related Articles